Door president Duterte’s drugsoorlog vergeten we bijna dat de Filippijnen ook al drie decennia lang dealen met een terreurgroep van eigen bodem: Abu Sayyaf. ‘Duterte’s aanpak is goed voor de krantenkoppen, maar werkt niet hier in de jungle.’​

Behalve de drugsoorlog, heeft de Filippijnse president Duterte ook te dealen met Abu Sayyaf, een lokale terreurgroep die het zuiden van de Filippijnen in een bloedige houtgreep heeft. ‘Een militaire aanpak is goed voor de krantenkoppen, maar werkt niet in de jungle hier.’

Alle aandacht voor de klopjacht op vermeende drugscriminelen overschaduwt het feit dat de Filippijnen ook al drie decennia kampt met een bloedige terreurgroep: Abu Sayyaf. De groep onthoofdde vorige week een gegijzelde Duitser. Vorig jaar overkwam dat twee Canadezen. En het lot van de vijf jaar geleden ontvoerde Nederlander Ewold Horn, met nog een onbekend aantal Aziatische gijzelaars, is ongewis.

Abu Sayyaf is een kleine, maar een van de meest radicale terreurbewegingen in Zuid-Oost Azië. De groep heeft zijn wortels in de separatistische rebellenbeweging Moro National Liberation Front (MNLF), waarvan het zich in 1991 afscheidde. Abu Sayyaf was het net als andere splinterbewegingen niet eens met de toenadering die MNLF tot de Filippijnse regering zocht. Waar de MNLF streefde naar autonomie, wilde Abu Sayyaf een Islamitische Staat.

Isis

Met bomaanslagen en ontvoeringen houdt de groep, van naar schatting een paar honderd strijders, vooral huis op de zuidelijke Sulu-eilanden, Basilan en kleine delen van Mindanao. ‘Een kleine geïsoleerde groep in een klein gebied, maar wel een die steeds radicaler wordt’, vertelt conflictonderzoeker Jeroen Adam van de Ghent University in een skypegesprek. ‘Met een nieuwe leider en de opkomst van Isis, lijken ze bovendien nieuw elan te vinden.’ Die nieuwe leider, Isnilon Tontoni Hapilon, profileert zich als een Isis-commandant in de Filippijnen.

Aanvankelijke richtte Abu Sayyaf zijn pijlen vooral op Christelijke doelwitten, zoals priesters en buitenlandse missionarissen, aldus Adam. ‘Maar halverwege de jaren ’90 zien we een transformatie naar grootschaliger en nietsontziender acties.’ Dieptepunt was de aanslag op een ferry in Manila Bay in 2004, waarbij 116 mensen om het leven kwamen. ‘En de groep is, actief in een strategisch gelegen deel waar ook veel piraterij en smokkel plaatsvindt, door de jaren heen gecriminaliseerd geraakt’, aldus Adam. Indonesië repte onlangs al van een ‘nieuw Somalië’ aan zijn kusten, na de ontvoering van 18 Indonesiers en Maleisiërs.

Ontvoeringen

Ontvoeringen worden bovendien steeds prominenter, stelt Adam. Met het losgeld financiert Abu Sayyaf zijn strijd. In het verleden zijn tientallen toeristen, hulpverleners, journalisten en lokale arbeiders zo met de schrik vrijgekomen. Maar velen vonden ook de dood, zoals de Duitser na een mislukte reddingspoging. Voor hem zou een som van $600.000 zijn geëist.

Het Filippijnse leger, beschouwd als een van de meest professionele legers in Zuidoost-Azië, heeft de beweging in het verleden meerdere malen een flinke slag toegebracht. Zo kwam oprichter en eerste leider Abdurajik Abubakar Janjalani in 1998 in gevechten met het leger om. Net als diens jongere broer en opvolger, Khadaffy Janjalani, eind 2006. In 2014 werd topman Khair Mundos in de hoofdstad Manilla gearresteerd. Mundos stond al jaren op de Amerikaanse Most Wanted-lijst. Bonus: een $500.000. Die acties hebben Abu Sayyaf absoluut geïsoleerd, stelt de Gentse conflictonderzoeker. ‘Al weten ze zichzelf telkens te hervinden en terug te slaan.’

Dat roept de vraag op naar mogelijke banden met andere terreurgroepen. Maar Adam betwijfelt dat. ‘Je moet de ruimte vinden om die banden op te bouwen en dat is praktisch heel moeilijk in dit gebied’, aldus de onderzoeker. De onderlinge steunbetuigingen tussen leider Hapilon en Isis in 2014 lijkt ‘vooral symboliek’. Ook banden met lokale Indonesische terreurgroepen als Mujahidin Indonesia Timur en Jemaah Islamiyah (JI) acht hij niet structureel. Niettemin zijn de verdenkingen er wel geweest. De leiders van het eerste uur zouden zijn getraind en gefinancierd door Al Qaeda. De daders van de aanslagen in Bali in 2002 zouden onderdak gevonden hebben in de Filipijnen. En de recente aanslag in de Indonesische hoofdstad Jakarta (2016), opgeëist door Isis, zou zijn gepleegd met wapens afkomstig uit de Filippijnen, aldus een analyse van het Jamestown onderzoeksinstituut.

Adam denkt wel dat er banden zijn met de gematigde moederorganisatie MNLF. ‘Voor die onderhandelingen met gijzelaars moeten er contacten zijn gelegd.’ En die lijnen lopen volgens hem vanuit het presidentieel paleis via MNLF commandanten naar Abu Sayyaf.

Lokale vervlechting

Hoe houdt de groep zich dan wel staande? En waarom weet het leger die paar honderd strijders niet te verslaan? Volgens een analyse van Al Jazeera, op basis van anonieme militaire bronnen, ligt het antwoord in een complexe lokale context. De groep verschuilt zich in de zuidelijke jungle en heeft zich stevig verankerd in een netwerk van smokkelaars, corrupte ambtenaren, politici en spionnen. Via dat netwerk verkrijgt de groep wapens, munitie en informatie. Maar ook sociaal-cultureel weet Abu Sayyaf zich te vervlechten. Door huwelijken en lokale rekrutering ontstaan familiaire relaties en bloedbanden met lokale clans. Naast strijders heeft Abu Sayyaf ook sympathisanten die ‘gewoon’ wonen en werken in omringende dorpen en steden. Deze ‘stedelijke spionnen’ volgen de bewegingen van het Filippijnse leger, helpen met aankopen en spotten mogelijke ontvoeringsdoelwitten, zo schrijft Al Jazeera. Er is ook competitie tussen verschillende cellen. Zo zou de onthoofding van de Maleisische gijzelaar Bernard Then in 2015 het gevolg zijn van onmin over de hoogte van de losgeldsom die werd geëist, zo schrijft de BBC in een analyse.

De hele regio behoort bovendien tot de armere delen van de Filippijnen, wat een perfecte voedingsbodem voor rekrutering is. ‘Maar armoede is zeker geen afdoende verklaring’, stelt Adam. ‘Andere arme delen van de Filippijnen kennen geen terreur.’ Wel speelt volgens hem mee dat jonge jongens van 15 of 16, die weinig te verliezen hebben, niet terugschrikken voor avontuur. ‘Een wapen mogen dragen, mensen kidnappen, geeft hen wellicht een gevoel van mannelijkheid en betekenis’, aldus Adam. Veel jongens worden bovendien gedrogeerd als ze naar het front worden gestuurd, volgens de analyse van Al Jazeera.

Politieke wil

De oplossing voor dit conflict is dan ook niet enkel militair, stelt Adam. Dat is wel de aanpak van president Duterte en zijn voorgangers. Open voor onderhandelingen staat hij niet, zo liet hij onlangs weten. Het Filippijnse leger heeft decennialange ervaring met het bestrijden van rebellengroepen. Maar het gebied van Abu Sayyaf is ‘complex’ en vereist ‘politieke wil’, en een lange termijn strategie. ‘De harde woorden van Duterte zijn goed voor de krantenkoppen, maar werken niet in de jungle van Sulu’, zo luidt de roep van een lokale maatschappelijke groep, de Save Sulu Movement. ‘Ontwapen lokale politici. Zij zijn het water waarin de vis zwemt.’

Ook de bronnen van Al Jazeera pleiten voor het isoleren en onderzoeken van lokale politici op betrokkenheid bij drugshandel en corruptie. ‘Zij zijn deel van het probleem.’ Lokale corrupte politici zouden Abu Sayyaf zelfs hebben ingezet om geld te kunnen ontvangen. Een militaire aanpak is maar een klein deel van de oplossing. Goede inlichtingen en het volk aan je zijde krijgen, is belangrijker dan het inzetten van wapens.

Volgens Adam kan een succesvol vredesoverleg met de MILF effect hebben. ‘Een wat cynisch bijeffect, maar het plan is gedemobiliseerde strijders van MILF om te vormen tot een lokale politie-eenheid.’ Zij kennen de regio beter dan het Filipijnse leger. ‘Al is dit zeker niet het one-billion dollar antwoord.’ Adam is weinig optimistisch. ‘Het leger kan de groep isoleren, maar waarschijnlijk nooit helemaal uitroeien’, aldus onderzoeker. ‘Vergeet niet dat dit een regio is die al een lange geschiedenis van gewapend verzet kent. Politiek en samenleving zijn doordrenkt met geweld en er zijn veel wapens in omloop. Abu Sayyaf is iets waarmee geleefd moet worden, vrees ik.’