Brabants Dagblad | De Rabobank groeide in een halve eeuw uit van een verzameling autonome boerenleenbanken tot de zakelijke miljardenbank die ze nu is. Drie voormalige directeuren blikken terug.

,,Aan de voorkant was de bank, achterom stonden de koeien”, grinnikt Piet Rijken (93). ,,En die rook je al toen je binnenkwam”, aldus zijn vrouw Bertha. Toen Rijken in 1957 begon als kassier van de Boerenleenbank in Duizel had hij nog een boerderij: een van zijn vader overgenomen gemengd bedrijf met een paar koeien, varkens en wat gewassen. Bank en boerderij waren aan huis.

De voormalige directeur van de plaatselijke Rabobank in Duizel woont nog steeds in het pittoreske dorp, op een steenworp afstand het pand van de bank waar Rijken vanaf 1968 zetelde toen het boeren en bankieren niet meer te combineren was. Dat pand sloot vorige maand precies twintig jaar geleden de deuren. Sindsdien staat het leeg, op wat antikraakbewoners na. Rijken heeft er tot zijn vertrek in 1988 gewerkt.

Rijken zag de Rabobank beginnen als een lokaal gewortelde spaar- en leenbank aan huis en uitgroeien tot de zakelijke miljardenbank van nu. Rijken verwelkomde de loketten en geldautomaten en zag de koeien vertrekken. En hij zag hoe kassiers uit de gemeenschap plaatsmaakten voor accountmanagers en hypotheekadviseurs.

(…)

Lees hier de hele reportage die ik samen met collega journalist Hans Ariens maakte in Brabant!